Hoe het denken stopt als een Londense denktank spreekt – over de wonderlijke wederopstanding van de Europese dronehysterie
Een week voor de aanstaande NAVO-top in Ankara, van 7 en 8 juli, publiceert een Londense militaire denktank een rapport waarin alle Europese drone-observaties van de afgelopen twee jaar keurig bij elkaar worden geveegd en als bewijsmateriaal dienen voor een systematische poging van Russische zijde om de gaten in de Europese luchtdefensie in kaart te brengen.
“De Russische drone-campagne boven Europa,” heet het rapport, en in die titel zijn er twee woorden die het zware werk moeten doen. Ten eerste dat het om een “campagne” gaat, en dus om organisaties en individuen met kwaadwillende intenties; en ten tweede dat die organisaties en individuen verbonden zijn aan de Russische staat. Oftewel, het is Rusland dat tientallen keren met drones het Europese luchtruim is binnengedrongen en daarmee paniek onder Europese burgers en autoriteiten heeft gezaaid.
De bedoeling van het rapport is Europese autoriteiten er aan de vooravond van de NAVO-top op te wijzen dat het toch echt meer werk moet maken van het drone-proof maken van het Europese luchtruim. We hebben het dan uiteraard over nog meer geld voor het optuigen van anti-drone installaties. Reken dan ook op de aankondiging, straks in Ankara, dat er nog meer geld gaat naar de European Drone Defence Initiative, of, in het dieventaaltje van de Brusselse ambtenarij, de EDDI.
Niet van “feiten” naar “analyse” naar “conclusie”, maar van “conclusie” naar “analyse” naar “feiten”.
Dat zo’n Londense denktank, IISS geheten, of voluit: International Institute for Strategic Studies, een week voor de NAVO-top zo’n rapport publiceert waarin het kliekje van alle reeds lang weerlegde drone-observaties van de afgelopen twee jaar opnieuw wordt opgewarmd, verbaast niet. Dat is waar zulke denktanks voor betaald worden: opgewarmde, opgeklopte onzin met grafieken, tabellen, kaarten, cijfertjes en de academische titels van de auteurs een schijn van respectabiliteit geven om zo de politieke en publieke meningsvorming te beïnvloeden.
“Feiten, analyse, invloed”, staat er groot op de website van het IISS, ook al is de volgorde bij het componeren van de rapporten precies omgekeerd: de gewenste “beïnvloeding” bepaalt de “analyse” en de er bij gesprokkelde “feiten”. Niet van “feiten” naar “analyse” naar “conclusie”, maar van “conclusie” naar “analyse” naar “feiten”. Zo gaat iedere denktank te werk, of het nu gaat om Clingendael, HCSS of, in dit geval, IISS. En de richting waarin wordt beïnvloed is uiteraard in belangrijke mate ingegeven door de agenda’s van de financiers en opdrachtgevers van dit soort denktanks: de ministeries van defensie en buitenlandse zaken en de NAVO in het geval van Clingendael en HCSS.
Bij nuchterheid droogt de orderstroom op; bij angst vloeien de defensiemiljarden. En dat is dan ook wat dit soort denktanks leveren: angst, verpakt in het maatkostuum van het beleidsrapport.
En in het geval van IISS zijn dat Airbus, Babcock International, BAE Systems, Lockheed Martin, Northrop Grumman, Palantir Technologies, Rolls Royce, Boeing, Raython Technologies en Saab. Alle hebben meer dan een ton aan Britse ponden gefourneerd en stuk voor stuk behoren ze tot de grootste wapenfabrikanten ter wereld. En uiteraard hebben deze financiers geen belang bij nuchterheid, relativering en bagatellisering van een mogelijke Russische dreiging, maar uitsluitend bij escalatie, hysterie en angst. Bij nuchterheid droogt de orderstroom op; bij angst vloeien de defensiemiljarden. En dat is dan ook wat dit soort denktanks leveren: angst, verpakt in het maatkostuum van het beleidsrapport.
Nee, wat verbaast is dat zo’n rapport in pers en media zoveel weerklank krijgt. Kritiekloos zijn de schimmige feiten, de wankele analyses en de ongefundeerd robuuste conclusies en aanbevelingen van het rapport in vrijwel alle grote Europese kranten terecht gekomen, van AD tot Volkskrant, van Sueddeutsche Zeitung en Guardian tot Financial Times.
Neem het bericht in de Financial times, toch een van de best ingevoerde Europese kranten met hooggekwalificeerde verslaggevers en commentatoren en een plaatstalen reputatie onder Europese beslissers en beleidsmakers.
De kop — “Russian drone campaign mapped Nato air defence gaps, study finds” — is nuchter en ter zake doend: dit is inderdaad wat het IISS-rapport doet. Datzelfde geldt voor de opening van het stuk, waarin claims over Russische drones expliciet worden toegeschreven aan denktank en rapport.
“Russia successfully “mapped Nato’s air defence gaps” in a drone campaign that lasted almost two years and probably used shadow-fleet tankers to launch some of the devices, according to a new think-tank report. The 19-month-long effort, carried out in more than a dozen countries in the military alliance plus Ireland, “proceeded without a collective allied response”, according to the study by the International Institute of Strategic Studies in London.”
Mis gaat het in al die alinea’s waar de krant samenvat, zonder te citeren of te verwijzen. Zoals hier:
“It [the Russian campaign] exploited weaknesses not just in Europe’s air defence systems, but also legal frameworks and rules of engagement, while exposing serious shortcomings in the continent’s ability to respond to low-cost drones.”
En hier:
“Some incursions were easy to attribute to Russia, such as 24 drones that invaded Polish airspace in September 2025, some of which were shot down by Nato.”
Door dit soort statements zonder toeschrijving aan denktank en rapport op te tekenen, krijgen ze de schijn van feitelijkheid en objectiviteit waarmee het genre van de verslaggeving zich traditioneel tooit.
De zin in de Financial Times had dus moeten luiden: “Many of the incidents were fake, were no incidents after all.”
Dat wordt versterkt door het opnemen van een grafiek in het stuk, direct gekopieerd uit het rapport, dat de aantallen drone-observaties per maand tussen augustus 2024 en februari 2026 weergeeft en dat als titel draagt: “Russia made 144 drone sorties into European airspace over 19 months”.
Iedere toeschrijving aan rapport en denktank is verdwenen: de drone observaties krijgen een getal en worden daarmee kwantificeerbare en dus harde feiten, en ze worden in een adem zonder enig voorbehoud (“mogelijk”, “waarschijnlijk”, “volgens de denktank”, “volgens experts”) toegeschreven aan Rusland. Iedere mogelijke twijfel — waren het wel drones, waren het wel Russen, hoe weten we dat, hoe betrouwbaar zijn de observaties — wordt hier effectief geretoucheerd: er is geteld, er is een grafiek van gemaakt, met y-as en x-as, en dus is het een feit — en is het waar.
Vervolgens verwijst de krant zonder enige kwalificatie, kanttekening of vraagteken naar drone-observaties in de herfst van 2025 in Nederland (Volkel), België (Zaventem), Denemarken (Kopenhagen), Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De krant presenteert deze gevallen met de zin: “Many of the incidents are well known”, daarmee suggererend dat er onder serieuze instanties overeenstemming is dat dit inderdaad drone-waarnemingen waren, en dat het hier inderdaad over Russische drones ging.
Wie de berichtgeving over de drones een beetje heeft gevolgd, weet dat deze berichten eigenlijk allemaal dezelfde structuur hadden: veel media-aandacht voor de al dan niet vermeende drone observaties en de reacties van de autoriteiten er op, gevolgd door maandenlang onderzoek, uitmondend in het oordeel dat de observaties geen drones betroffen en als het drones waren dan amateurdrones, waar vervolgens veel minder of geen ruchtbaarheid aan wordt gegeven. Zo ging het in Denemarken, in België, in Nederland — eigenlijk in heel Europa. Dagblad Trouw heeft in samenwerking met dronewatch.eu 61 drone observaties onderzocht. Slechts in drie gevallen kon eenduidig worden geconcludeerd dat het Russische drones waren, en dat ging om observaties in landen die grensden aan Rusland zelf en kon dus worden toegeschreven aan elektronisch verstoorde vliegpaden. In alle andere gevallen waren het geen drones, maar politiehelikopters, vliegtuigen of andere reguliere vliegende objecten en amateurdrones.
De zin in de Financial Times had dus moeten luiden: “Many of the incidents were fake, were no incidents after all.”
In plaats daarvan doet de krant of dit eerdere onderzoek nooit heeft plaatsgevonden, de data en causaliteit evident zijn, en geeft daarmee denktank en rapport het keurmerk van objectiviteit en waarheid. Een gerenommeerde denktank uit Londen schrijft het, de Financial Times beschouwt het als nieuwswaardig en schrijft erover, en dus verkrijgt onderzoekskundig broddelwerk een aura van respectabiliteit die het absoluut niet verdient: dit is leugenachtige propaganda en dient overduidelijk de militariseringsagenda van het Europese militair-industriële complex.
Wat iedere master student weet, namelijk dat correlatie geen causatie is, wordt in het rapport en de berichten erover schielijk onder tafel geveegd: het waren wel degelijk Russische drones, gelanceerd vanaf Russische vrachtschepen.
Nieuw is dat het IISS de data van drone observaties heeft gekoppeld aan data over Russische scheepsbewegingen. Nog afgezien van de boven vermelde weerlegging dat het in verreweg de meeste gevallen überhaupt geen drone observaties waren, was dat namelijk van meet af aan de zwakke stee in het Russische drone-verhaal. Hoe kon Rusland drones lanceren boven locaties die duizenden kilometers verwijderd waren van Russisch grondgebied: zo groot was simpelweg de actieradius niet van dit soort patrouilledrones. Het briljante maar speculatieve antwoord van de onderzoekers van IISS daarop was: laten we kijken of er rond de tijdstippen van de drone observaties Russische vrachtschepen in de buurt waren. Oftewel, we gaan twee verschillende soorten geospatial datasets op elkaar leggen en kijken of we een match hebben.
En ja hoor, “in many cases, Russian commercial vessels, including shadow-fleet tankers, were in the vicinity of the drone incursion,” aldus de Financial Times.
Om te vervolgen: “The report suggests these provided launch platforms, recovery locations or communication relay functions.”
En het kwade geweten openbaart zich in de omzwachtelde taal waarin zowel rapport als de berichten erover grossieren: “waarschijnlijk”, “het suggereert dat…”, “het patroon wijst op…”.
En inderdaad, dat is precies wat het rapport doet: de suggestie opwerpen dat de oplossing voor het probleem van de causale verklaringen wel eens gelegen zou kunnen zijn in de aanwezigheid van Russische vrachtschepen in de internationale wateren rond het Europese continent. Niets minder, maar vooral ook niets meer. Het had hoogstens kunnen uitmonden in een oproep tot verder onderzoek, niet in stevige conclusies over Russische bedoelingen en de oproep om veel meer publiek geld te steken in drone-preventie en de juridische mogelijkheden voor scheepscontroles uit te breiden.
Wat iedere master student weet, namelijk dat correlatie geen causatie is, wordt in het rapport en de berichten erover schielijk onder tafel geveegd: het waren wel degelijk Russische drones, gelanceerd vanaf Russische vrachtschepen. En het kwade geweten openbaart zich in de omzwachtelde taal waarin zowel rapport als de berichten erover grossieren: “waarschijnlijk”, “het suggereert dat…”, “het patroon wijst op…”.
Ook al ontbreekt ieder hard bewijs en had dat expliciet gemeld moeten worden: de enige onderschepping van een Russisch schip was een Franse en daarvan zijn de resultaten nog niet publiek gemaakt, lees: zijn de resultaten waarschijnlijk ontkennend. En ook al wordt de correlatie tussen drone en schip wel erg dun als je weet dat de Russische vrachtvloot uit meer dan drieduizend schepen bestaat en de 9de grootste ter wereld is, waardoor er op ieder moment van de dag rond de hele West-Europese kust waarschijnlijk wel ergens een Russisch vrachtschip te ontwaren valt. Waarschijnlijk had je dezelfde resultaten gekregen als je dit had gedaan met Chinese scheepsdata, de tweede grootste vrachtvloot ter wereld.
De conclusies over Russische bedoelingen die IISS trekt zijn onverminderd hard, en de aanbevelingen van IISS zijn onverminderd robuust: meer geld naar drone-afweer en meer juridische bevoegdheden om Russische schepen in internationale wateren te visiteren. Terwijl de feiten non-existent zijn, de analyse op drijfzand berust en de conclusies en aanbevelingen dus ongerijmd zijn.
Ben je dan nog wel verslaggever en nieuwsmedium of ben je eigenlijk marketeer en advertentieplatform?
En dat is geen hogere wiskunde. Iedereen met een beetje gezond verstand en een klein beetje onderzoeksvaardigheden kan met een klik van de muis deze tegeninformatie zoeken en vinden. Is het niet wat al te toevallig dat zo’n denktank, zwaar gefinancierd door de wapenindustrie, vlak voor de NAVO-top het inmiddels afgeserveerde droneverhaal nieuw leven inblaast? Is dan wat meer scepsis en argwaan van de kant van pers en media niet op zijn plaats? Had dan in de berichtgeving erover niet tenminste verwezen moeten worden naar de financiële belangen en naar de werrleggingen van de eerdere dronewaarnemingen?
Had je dan als verslaggever niet op zoek moeten gaan naar onafhankelijke contra-expertise, deskundigen die niet in dienst zijn van het militair-industrieel complex, zoals het kleine Omroep Brabant die Patrick Bolder om commentaar vroegen wel deed, en het Nederlandse programma Medialogica die in een docu over de dronehysterie zowel Bolder als Wiebe de Jager van dronewatch.nl aan het woord lieten ook deden — en al die grote, gerenommeerde media niet? En als je dat als journalist niet doet, als je het instandhouden van een frame van Russische dreiging kennelijk belangrijker vindt dan de feiten, wat zegt dat dan over je taakopvatting? Ben je dan nog wel verslaggever en nieuwsmedium of ben je eigenlijk marketeer en advertentieplatform? En hoe verantwoordt je dat professioneel, richting je lezers, je collega’s, de professie als geheel en de samenleving?
De krant wordt wel als een democratische basisvoorziening gezien en dankt daaraan zijn publieke status en zijn subsidie. Dat schept verplichtingen en verantwoordelijkheden die de gevestigde dagbladjournalistiek in heel Europa op dit moment met voeten treedt. Dat is niet alleen kwalijk voor die media zelf, maar ondermijnt ook het democratisch o zo belangrijke vertrouwen van burgers in de nieuwsgaring en berichtgeving van diezelfde media.
Wie de mond vol heeft van het bestrijden van desinformatie dient zich zelf te onthouden van het verspreiden ervan, hoezeer het zich ook met de parafernalia van ernst en deftigheid heeft getooid. Sterker, juist dan verwacht je als burger dat de gevestigde pers een waarheidsspreker wordt en de claims van autoriteiten en hun fluisteraars weerspreekt. Met burgers tegen autoriteiten in plaats van met autoriteiten tegen burgers — dat is wat de krant zou moeten doen.


De denktank ‘informeert slechts’, de krant ‘bericht slechts’ en de politicus ‘reageert slechts op maatschappelijke zorgen’. Het is een zelflegitimerend systeem waarbij de taakomschrijving de verantwoordelijkheid verkleind.
De rol van de media als waakhond is hier interessant en lijkt naar de marge verschoven. Programma's als medialogica observeert niet de drones maar hoe media de drones observeerden.
De "incursions" zijn feitelijk vastgesteld in de zin dat er wel degelijk fysieke drones zijn waargenomen en radar-/waarnemingsdata bestaan. Maar de toeschrijving aan Rusland specifiek is grotendeels een waarschijnlijkheidsoordeel van inlichtingenanalisten (IISS, gebaseerd op patroonherkenning en scheepsbewegingen), geen forensisch bewezen feit met harde technische identificatie van dronetype/herkomst — op een enkele uitzondering (Zweden) na. Media-koppen die het als vaststaand feit ("Rusland zet drones in") presenteren, lopen dus voor op wat het onderliggende bewijsmateriaal draagt.
Het lijkt er inderdaad op dat het opvoeren van een Russische dronedreiging de functie heeft om Europa op een moderniseringsspoor te zetten. De meer dan dertig miljoen die Defensie in het Amsterdamse defensie- en dronesoftwarebedrijf Intelic investeert is daar ook een voorbeeld van. Ik vermoed dat de "dronedreiging" vooral ook is bedoeld om de geesten in de verschillende Europese legers rijp te maken voor het vervangen van tankeenheden, fregatten en ander wapentuig door drones en robots. Door de oorlog in Oekraïne is het besef